Naar de inhoud
Recensie

LUCA Studenten Cello Ensemble & Collectief in concert

P
· 7 min lezen
Deel dit artikel
LUCA Studenten Cello Ensemble & Collectief in concert
© Petronela Serban / Klassiek Centraal

Olijftakken bij het aanbreken van het leven

Het concert liet kenmerken zien die wijzen op een visie op de toekomst van de cello, een vooruitblik op komende ontwikkelingen en een opzet dat jonge musici een enorme expressieruimte biedt. De verwachtingen van degenen die zich inzetten voor de opleiding van beginnende cellisten worden ruimschoots gevoed en beloond. Het programma is zo opgevat dat het de verschillende klankkleuren van de cello en de persoonlijkheid van de uitvoerders optimaal aan het licht laat komen en hen ruime kansen biedt. We werden meegenomen van Spanje naar de klankrijkdom van het zuidelijk halfrond om vervolgens terug te keren naar de Europese culturele ruimte

De opening werd gekenmerkt door El cant dels Ocells, met het verhaal erachter: het gedicht werd oorspronkelijk verzameld als kerstlied, maar door Pablo Casals (1876 - 1973) omgezet in een cellostuk, bedoeld om vanuit de eigenheid en het unieke karakter van de stemmen een oproep en een universeel pleidooi voor vrede en verlossing te laten klinken. Beroep doend op de diepgaande ziel, gevoeligheid en bewustzijnsbronnen van de mensheid, betrok meester Casals El cant op overtuigende wijze bij zijn verzet tijdens de ballingschap, zodat het een symbolische betekenis draagt. Op het publiek had het een fascinerend effect, biddend, uitgeoefend door technieken als langdurig vibrato, uitgewerkt en ontwikkeld in de stijl en methode van Casals.

J. Klengels Hymnus was oorspronkelijk een begrafenisstuk gecomponeerd voor 3 cello's en orkest, maar in ons concert nam de cello, door haar allesomvattende bereik, de partijen voor violen of altviolen voor haar rekening. Klengel gaat van de delicatesse van een enkele stem, via harmoniserende cello’s, naar een contemplatieve toestand en plechtigheid, waarin een strijd om vergeving en de verwoestingen van de tweede helft van de laatromantiek doorklinken waardoor een samengesteld erfgoed ontstaat. Het is een uitdaging wat betreft chromatische beheersing en coördinatie, waar het ensemble zeer goed reageerde.

D. Poppers Requiem is opgedragen ter nagedachtenis aan D. Rahter, een belangrijke muziekuitgever in Hamburg. Het Ave Maria-thema, geïnspireerd door Schubert, past hier uitstekend. Doorheen de hele compositie is er ruimte voor cellosolo’s, zodat elke stem goed tot haar recht komt. De componist is erg gewaardeerd onder cellobeoefenaars omdat het werk hen vertrouwd maakt met alle technieken. Volgens Vink zou Popper “het begin van de reis van alle cellisten” moeten zijn. Zo vertrouwde hij de interpretatie van het stuk toe aan de eerstejaarsstudenten, die dit briljant uitvoerden.

Piazzolla’s Vier Jaargetijden, oorspronkelijk geschreven voor 8 celli en een orkest met bandoneon, viool, contrabas, piano en percussie. Piazzolla’s creatie, die het avant-garde van de Tango Nuevo genre vertegenwoordigt, bestrijkt dit brede spectrum van klankkleuren, van gefluister en litanie tot triomf en glorie, mogelijk gemaakt door een rijkdom aan gelijktijdige en gecombineerde technieken – scherzo, staccato met opwaartse en neerwaartse strijkbewegingen, pizzicato, tremolo, col legno, kruisingen, enz. – waarbij veel handpercussie op de cello nodig is, getuigend van een synthese van klassieke muziek en jazz. De luisteraar wordt verrast door wisselingen, wendingen en opschortingen die alle verwachtingen ontwijken. Een vreemde melancholie doordringt de gepassioneerde dansritmes, soms gekenmerkt door zang, folkloristische toonladders, onderbroken door drama en spanning, afgewisseld met idyllische mijmeringen. Er ontstaat een verheven, welsprekend discours over de onrust en het tumult van het leven als geheel, weerspiegeld in de opeenvolgende vergankelijkheid van de seizoenen, een meditatieve ode aan de allesomvattende lyrische diversiteit van facetten die de realiteit van de ziel vormen, artistiek en creatief reikend naar communicatie.

Als de cello van de concertmeester monologeert, transformeert de muziek in een golf die achtereenvolgens door alle cello’s stroomt, ze tot leven brengt. De neerslag van de ene klank creëert een opening naar de volgende, waaruit het thema van vrijheid oprijst, een plotselinge kreet wordt geboren, een aanwezigheid gevolgd als een rode draad, weergegeven door een contrast van levendige, vurige ritmes afgewisseld met ballade, geworteld in de mysterieuze matrix van de traditie, alsof de vier elementen eraan deelnemen. Het contrast wordt sterker bij de terugkeer van het thema. De indrukwekkende demonstratie van synchronisatie werd afgesloten met de buigingen in de lucht tijdens het hoogtepunt van de finale wat een stormachtig applaus van het publiek uitlokte. Het door Villa-Lobos gecomponeerde stuk voor 8 cello’s werd nu uitgevoerd door twintig musici. Het werk op zich is een bewerking van een traditioneel regionaal volkslied dat een heel genre heeft voortgebracht, met tonale dissonanten en barokke contrapuntische technieken. Met de Cubaanse dans nam het speelplezier geleidelijk bezit van alle cellisten. Na de langdurige ovatie van het publiek werd de coda van de compositie als toegift gespeeld.

Dirigent Martijn Vink, docent aan de cello-afdeling en lid van Het Collectief Ensemble, die de grote verantwoordelijkheid op zich nam bij de voorbereiding van het LUCA-ensemble, prees de uitvoering van zijn studenten van harte. Hij nam ideeën over van de stroming van de experimentele muziek die zich ontwikkelde onder invloed van de Tweede Weense School, bekend om atonaliteit en expressionisme. Vink, die cello studeerde in de klassen van E. Arizcuren, K. Michalik en Ph. Müller, is een vooraanstaand solist in de kamermuziek, die internationaal wordt uitgenodigd om masterclasses te geven. Hij is tevens medeoprichter en directeur van het Festival Resonancess, dat de deelnemers al een aantal edities lang betovert met een zomerevenement van een week voor muzikale creatie en concerten in het Chateau de Halloy te Ciney in Wallonië. Hij toonde grote openhartigheid in het delen van zijn gedachten en gevoelens via de verklaring die hij na het concert aflegde voor Klassiek-Centraal.

Martijn Vink: “Het was bijzonder om getuige te zijn van de dynamiek van dit project. Een twintigtal studenten cello, van eerste jaars bachelor tot laatste jaars master, gingen met elkaar in een intense muzikale dialoog. Door de voortdurende interacties, het naar elkaar luisteren, elkaar observeren ontstond er een unieke positieve energie; gebaseerd op respect voor elkaar, bewondering voor elkaar, steun aan elkaar. Studenten dagen elkaar uit om mooier te spelen, ze leren van elkaar, ze inspireren elkaar.

Het resultaat was verbluffend. Het spelplezier straalde er vanaf, de kwaliteit was adembenemend, de energie aanstekelijk. Het begin van het concert was buitengewoon aangrijpend. Casals’ “Song of the birds” (een symbool als verzet tegen dictatuur en facisme) ontstond vanuit een korte improvisatie vanuit absolute stilte. De ontroerende melodie klonk in onze versie gedempt door sourdines als het verschijnen van een visioen in zijn meeste tedere vorm.

Eerstejaars studenten voor een volle zaal te laten soleren, was op voorhand een moeilijke afweging voor mij als verantwoordelijke. Zouden ze dat al kunnen? Een geslaagde gok, vond ik! Indrukwekkend om het muzikale temperament van deze zeer jonge cellisten te horen in dit ongelooflijk droevige Requiem van Popper. Wat een talenten! Het hoogtepunt van het concert: de vier seizoenen van Astor Piazzolla (1921 – 1992) in een versie voor acht (top)cellisten. Het was verbazend getuige te zijn van een soort metamorfose van deze klassiek geschoolde muzikanten. De instrumentale virtuositeit, de ritmische precisie en schwung en het innerlijke vuur dat de muziek van Piazzolla van de spelers eist, maakte veel los bij de spelers èn het publiek.

De solo’s die in alle partijen voorkomen, klonken als pure improvisaties, de percussieve elementen werden door allerlei onconventionele speeltechnieken en een rijk palet aan kleuren, gestuurd door de bas als drijvende kracht van het tango orkest. Er werd gespeeld op een heel hoog niveau en met een ongelooflijke energie en intensiteit. Omdat het hele concert pure kamermuziek was zonder dirigent, was er een extra grote verantwoordelijkheid voor de eerste cellist als concertmeester van het ensemble. Maxence Matagne is niet allen een prachtige cellist die speelt met een stralende toon, hij is ook in staat leiding te geven aan het ensemble door zijn innerlijke rust, muzikale visie en technische soevereiniteit. Hij creëert een ruimte waarin iedereen in het ensemble zich veilig voelt om vrij een expressief te spelen. De klank die het cello ensemble maakte in de Modinha van Villa Lobos was ravissant mooi en warm. De Mambo was een swingende dans als afsluiter. Elke cellist zit op het puntje van z’n stoel en straalt speelplezier uit. Aanstekelijk! Een bijzonder geslaagd project dat smaakt naar meer.”

We moeten ook het publiek eren dat het studentenconcert van harte heeft gesteund. Er moet blijk worden gegeven van standvastigheid ten aanzien van hun ontwikkeling. De jonge musici hebben hoge verwachtingen gewekt. Hiermee wordt eens te meer aangetoond dat hun prestaties alle opofferingen meer dan waard zijn. We wensen hen veel succes!

Deel dit artikel

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.

Laat een reactie achter

Reacties worden nagelezen voor ze verschijnen.

NL