Midden het gebruis van nieuwjaarsconcerten her en der, had Mechelen er een met niet te evenaren allure. Met veel bekende gezichten, met een heus orkest van 57 enthousiaste musici en een dirigent die van vele markten thuis is, met solisten van de bovenste plank, met een perfecte organisator en, als kers op de feesttaart, de viering van een echte Diva.
Zo eerden het Mechels Kamerorkest, dirigent-hoboïst Piet Van Bockstal, pianist Vincent Van Audenhove, Conservatoriumdirecteur Aäron Wajnberg en sopraan Charlotte Wajnberg de "grande dame" Lucienne Van Deyck (°1940). Niet onbelangrijk: het was de start van een traditie die van elk Nieuwjaar een eerbetoon wil maken aan een 'monument van vlees en bloed'.
Dat is nu eenmaal Lucienne Van Deyck: een harmonieus samengaan van aangeboren talent, een puike opleiding, hard werken, een ijzeren wil en dito discipline, succes in binnen- en buitenland, charme, uitstraling en een schat aan pedagogische know-how. Zo ongeveer schilderde Aäron Wajnberg zijn lerares af in een laudatio die, net als de unieke stem van Lucienne Van Deyck, recht uit het hart kwam. Aäron kan het weten. Al in 2004 kwam hij in contact met de zangeres die hij van thuis uit altijd met respect had horen vernoemen. De samenwerking werd nog intenser toen hij en zijn echtgenote Charlotte Wajnberg-Cromheeke in 2018 onder haar kundige leiding hun deelname aan de Koningin Elisabethwedstrijd Zang voorbereidden en met succes afrondden. Nu nog gaat de samenwerking verder.
Emotie
Een kippenvel-moment was een opname met de zo herkenbare, dragende stem van de gevierde mezzo-sopraan in 'In der Ferne' van Schumann. Toen kwam ze het podium op, elegant, lang geen 85 ogend, en, vooral, ontroerd. In haar bedanking betrok Lucienne fier haar vader, Louis Van Deyck, de "Godfather van de Belgische hoboschool' . Zelf werd ze bedankt door Gert Eeraerts, algemeen directeur van de Stad Mechelen, die haar een kanjer van een boeket aanbood.
De Mechelaars hadden dit hoogtepunt en de overdonderende staande ovatie "den boekee" kunnen noemen. Maar neen, het was nog lang niet gedaan. Ze kregen nog het klinkend resultaat te horen van hoe Lucienne van Deyck haar signatuur doorgegeven had aan Charlotte. Haar verfijnde interpretatie van Lieder uit 'Des Knaben Wunderhorn' van Gustav Mahler dompelde een muisstille zaal even in het Wenen van de 19de eeuw.
Orkest en solisten
Maar het was een nieuwjaarsconcert. Dat begon met de populaire Ouverture tot 'Die Fledermaus', met sprankelende en minder sprankelende passages. Het Pianoconcerto nr. 23 van Mozart was wel een mooie symbiose van orkest en pianist Vincent Van Audenhove, die het met pit en verve en zeer ontspannen bracht. Piet Van Bockstal was én dirigent én solist in de 'Fantasie voor hobo en orkest' van August De Boeck, lang vóór Aäron directeur van het Conservatorium. Het werd een harmonieus samengaan van een typisch zwevende melodie en speelse elementen.
De afsluitsnde Vijfde Symfinie van een jonge Schubert lag het jonge orkest, aangevoerd door concertmeester Chris Janssens, bovenste best. En, zoals in de Gouden Zaal van het Weense Musikverein, mocht in de knusse, vergulde Stadsschouwburg uitbundig meegeklapt worden in de altijd meeslepende Radetzky-mars.