Wie dezer dagen de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen binnenwandelt, voelt de verwachtingen stijgen. Het Antwerp Symphony Orchestra (ASO) stelde zijn concertseizoen 2026-2027 voor, een programma dat een duidelijk scharniermoment markeert in de geschiedenis van het orkest. Niet alleen viert het zijn zeventigste verjaardag en blaast de iconische Koningin Elisabethzaal tien kaarsjes uit, met de komst van chef-dirigent Marc Albrecht breekt ook een nieuw artistiek hoofdstuk aan.
Onder de veelzeggende noemer Morgen profileert het ASO zich als een huis van verbinding, reflectie en hoop. In een tijd van maatschappelijke onzekerheid plaatst het orkest muziek bewust als een ruimte van verstilling en menselijke nabijheid. Artistiek directeur Ulrike Niehoff omschrijft het thema als een uitnodiging om samen vooruit te kijken. “Morgen is een uitnodiging om samen vooruit te kijken. Daarom voegen we graag de ondertitel ‘a kinder tomorrow’ toe. Het gaat over mild met elkaar omgaan, aandacht hebben voor de wereld en de mensen om ons heen.” Het seizoen beweegt daarbij tussen monumentale traditie en hedendaagse gevoeligheid. Zo wordt Morgen niet alleen een artistiek concept, maar ook een manier om een gedeelde toekomst via muziek te verbeelden.
De profetische blik van Marc Albrecht
Met de aanstelling van Marc Albrecht haalt ASO een dirigent binnen die internationaal geldt als een van de belangrijkste vertolkers van het laatromantische en vroegmodernistische repertoire. De voormalige chef-dirigent van De Nationale Opera in Amsterdam bouwde een indrukwekkende reputatie op met muziek van Mahler, Strauss, Zemlinsky en Korngold – componisten die balanceren op de grens tussen de negentiende-eeuwse romantiek en de moderne tijd.
Albrecht omschrijft Gustav Mahler zelf als "de profeet van de twintigste eeuw", een componist die "op de grens van gisteren en morgen stond". Voor Albrecht is de dialoog tussen traditie en vernieuwing de kern van zijn opdracht: "Traditie is het doorgeven van het vuur, niet het aanbidden van de as. Je moet de traditie kennen en respecteren, maar als je alleen blijft herhalen wat altijd zo is gedaan, verliest muziek haar vitaliteit." Het is dan ook veelzeggend dat hij zijn ambtsperiode officieel opent op 3 oktober 2026 in de Koningin Elisabethzaal met Mahlers monumentale Derde Symfonie. Samen met alt Wiebke Lehmkuhl en de koren van Opera Ballet Vlaanderen belooft dat inauguratieconcert meteen een ambitieus visitekaartje te worden van zijn artistieke koers.
Mahlers Derde Symfonie – een werk waarin natuur, menselijkheid en spiritualiteit samenvloeien – past perfect binnen het seizoenthema Morgen. Het concert wordt zo niet alleen een muzikale inauguratie, maar ook een symbolische verklaring van intentie. Het idee van toekomst wordt daarbij niet abstract benaderd, maar via de muziek zelf tastbaar gemaakt als iets dat zich in het heden al aankondigt.
De hand van Albrecht is overigens doorheen het volledige seizoen voelbaar. Nog vóór zijn officiële start dirigeert hij in juni 2026 César Francks Symfonie in d, gecombineerd met een eerbetoon aan de in 2022 overleden Antwerpse componist Wim Henderickx – een betekenisvol gebaar naar de hedendaagse Vlaamse muziek. Later in het najaar verwelkomt hij de jonge vioolvirtuoos Daniel Lozakovich voor Korngolds filmische en melancholische Vioolconcerto.
Tussen gevestigde traditie en de sterren van morgen
Het internationale profiel van ASO wordt ook dit seizoen stevig onderstreept. Het traditionele Jaargala op 26 september 2026 krijgt met de Egyptische sopraan Fatma Said onder leiding van Marcus Merkel een uitgesproken vocaal en mediterraan karakter. Haar elegante podiumprésence en verfijnde muzikaliteit moeten van het gala een van de vroege hoogtepunten van het seizoen maken.
Daarnaast blijft het orkest bewust investeren in de combinatie van gevestigde namen en jong talent. Zo keren vertrouwde grootheden als Philippe Herreweghe – die zijn tachtigste verjaardag viert – en Jaap van Zweden terug naar Antwerpen, terwijl tegelijk ruimte wordt gemaakt voor een nieuwe generatie topmusici zoals cellist Sheku Kanneh-Mason, de jonge Nederlandse pianist Nikola Meeuwsen en het Finse viooltalent Lilja Haatainen. Die inzet op jong talent krijgt dit seizoen ook een structurele verankering via het nieuwe project 'Jonge Impulsen': onder mentorschap van componiste Annelies Van Parys schrijven jonge talenten nieuwe, korte werken die als muzikale energiestoot elk concert openen – een initiatief dat de artistieke vernieuwing van het orkest letterlijk een podium geeft.
Die mix van ervaring en vernieuwing sluit naadloos aan bij de bredere visie van het orkest: traditie niet als museumstuk behandelen, maar als een levende kunstvorm die voortdurend nieuwe stemmen en perspectieven toelaat.
Een venster op de wereld
Ook internationaal wil ASO zich nadrukkelijk profileren als een culturele draaischijf van formaat. Dankzij de historische samenwerking met concertorganisator Cofena bevestigt de Koningin Elisabethzaal opnieuw haar status als een van de belangrijkste muziektempels van de Lage Landen. Al generaties lang slaagt Cofena erin om de grootste internationale orkesten, dirigenten en solisten naar Antwerpen te halen – een traditie die ook dit seizoen op vanzelfsprekende maar indrukwekkende wijze wordt voortgezet.
Zo openen de Bamberger Symphoniker onder leiding van Manfred Honeck het internationale luik met een programma dat romantische grandeur koppelt aan virtuositeit: Mendelssohns Vioolconcerto met de legendarische Midori als soliste, geflankeerd door Bruckners spirituele Negende Symfonie. In november volgt Iván Fischer met het Budapest Festival Orchestra, waarna later op het seizoen een avond van uitzonderlijk prestige wacht wanneer het Koninklijk Concertgebouworkest neerstrijkt in Antwerpen onder leiding van Semyon Bychkov, met publiekslieveling Sheku Kanneh-Mason als solist – een concert dat moeiteloos thuishoort in de Europese topklasse.
Ook Scandinavië tekent present met het Bergen Filharmoniske Orkester, dat een volledig aan Edvard Grieg gewijd programma meebrengt, terwijl het Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia onder Daniel Harding en pianiste Beatrice Rana de zaal onderdompelt in mediterrane elegantie en Italiaanse intensiteit.
Liefhebbers van historisch geïnformeerde uitvoeringen komen eveneens ruimschoots aan hun trekken wanneer Václav Luks en zijn verfijnde Collegium 1704 Antwerpen aandoen. En als majestueuze apotheose van het seizoen brengt niemand minder dan Kirill Petrenko – chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker – op 21 juni 2027 het Gustav Mahler Jugendorchester naar de Koningin Elisabethzaal – een concert dat nu al alle contouren draagt van een memorabele muzikale gebeurtenis.
Zo bevestigt Antwerpen zich meer dan ooit als een stad waar niet alleen grote muziek wordt gespeeld, maar waar ook de internationale hartslag van het klassieke muziekleven voelbaar blijft.
Muziek als toekomstvisie
Het seizoen 2026-2027 van het Antwerp Symphony Orchestra is meer dan een klassieke reeks abonnementsconcerten. Het brengt jubileum en toekomstdenken samen: een viering van zeventig jaar orkestgeschiedenis, tien jaar Koningin Elisabethzaal als vaste thuisbasis en de 150ste verjaardag van de koningin naar wie de zaal genoemd is – én de start van een nieuw artistiek hoofdstuk onder Marc Albrecht. Dat het orkest daarbij ook de band met de stad versterkt, blijkt uit de samenwerking met Antwerpse stadsdichter Esohe Weyden op 4 december, een ontmoeting tussen muziek en literatuur die de concertzaal als gedeelde ruimte bevestigt.
Met Morgen kiest ASO expliciet voor muziek als antwoord op een wereld die nood heeft aan nuance, schoonheid en verbondenheid. Niehoff verwoordt het kernachtig: “Een orkest en de muziek die het brengt, zijn in mijn ogen geen luxe. Het is een noodzakelijke plek voor reflectie en verbondenheid. Als mensen in de zaal samen luisteren, ademen en voelen, dan is onze missie geslaagd.” Zo groeit het seizoen uit tot meer dan een programmatie: het verbindt zeventig jaar geschiedenis met een blik vooruit, en onderzoekt via klank hoe de toekomst kan klinken.