Naar de inhoud
Recensie

Van jeugdige elegantie tot contemplatieve verstilling - SOV met Valentin Uryupin in De Singel

W
· 5 min lezen
Deel dit artikel
Van jeugdige elegantie tot contemplatieve verstilling - SOV met Valentin Uryupin in De Singel
© Björn Comhaire

Sommige concertprogramma’s lijken op het eerste gezicht eenvoudig: een paar bekende namen, een soloconcerto, een symfonie. Maar wanneer ze doordacht worden samengesteld, kan precies in die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid een subtiele dramaturgie ontstaan. Op zondag 8 maart bracht Symfonieorkest Vlaanderen (SOV) in de Blauwe Zaal van De Singel onder leiding van klarinettist en dirigent Valentin Uryupin zo’n zorgvuldig opgebouwd programma van laat-klassieke elegantie naar existentiële verstilling. Richard Strauss (1864-1948), Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791), Arvo Pärt (°1935) en Franz Schubert (1797-1828) bleken onverwacht goed in elkaars gezelschap te passen.

Een beloftevolle serenade

Het concert begon met de Serenade voor 13 blazers op. 7 van Richard Strauss, een vroeg werk uit 1881 dat de componist schreef toen hij amper zeventien was. Het stuk is nog stevig geworteld in de Duitse romantische traditie en verraadt bewondering voor Mozart en Brahms, maar toont tegelijk al de typische Straussiaanse flair in de behandeling van het blazersensemble.

De dertien musici van SOV brachten het werk in een transparante, doorleefde lezing. De balans tussen houtblazers en hoorns was bijzonder geslaagd, waardoor de serenade een warme, homogeen gemengde klank kreeg zonder zwaar te worden. Onder leiding van Uryupin, die spaarzaam dirigeerde en de musici hun eigen adem liet vinden, ontvouwde de muziek zich natuurlijk, met elegante fraseringen en een soepel gevoel voor lijn. Het was een opening die niet op effect mikte, maar meteen de toon zette voor een concert waarin detail en klankcultuur centraal stonden.

Lyriek en intimiteit

Het zwaartepunt van het concert lag bij Mozarts Klarinetconcerto in A, KV 622, een van de meest geliefde werken uit het klarinetrepertoire. Mozart componeerde het in 1791 voor zijn vriend Anton Stadler, slechts enkele maanden voor zijn dood. Het concerto ademt een bijna serene melancholie, alsof de componist de vergankelijkheid intuïtief aanvoelde.

Valentin Uryupin nam hier de dubbelrol van dirigent en solist op zich, wat het concerto een uitgesproken kamermuzikale dimensie gaf. Zijn toon op klarinet was warm en rond, zonder nadrukkelijke virtuositeit. Uryupin koos duidelijk voor een lyrische benadering waarin de melodische lijnen centraal stonden.

Het eerste deel klonk vloeiend en ontspannen, met een mooi uitgebalanceerde dialoog tussen solist en orkest. De begeleiding van de strijkers bleef licht en transparant, zodat de klarinet vrij kon zingen. Het hart van het concerto blijft natuurlijk het Adagio, een van Mozarts meest ontroerende pagina’s. Hier nam Uryupin een erg langzaam tempo en nam hij alle tijd om de lange lijnen te laten ademen. De fraseopbouw was zorgvuldig en de toon bleef opmerkelijk homogeen in de lage registers. Het orkest begeleidde met grote discretie, waardoor de muziek een bijna intieme sfeer kreeg. Het trage tempo zorgde voor grote verstilling, al verloor de spanningsboog hier en daar een fractie van zijn natuurlijke adem. In het afsluitende Rondo kwam meer speelsheid naar voren. De articulatie bleef helder en lichtvoetig, terwijl het orkest soepel meebewoog in de dansante ritmiek. Het resultaat was een Mozartvertolking die vooral overtuigde door haar natuurlijke muzikaliteit.

Als bisnummer brachten Valentin Uryupin en concertmeester Kristie Su een sprankelende uitvoering van Jeux van Darius Milhaud (1892-1974). Het korte stuk ademde speelsheid en ritmische frisheid, waarbij het gelegenheidsduo een opmerkelijk samenspel liet horen: klarinet en viool vulden elkaar vinnig aan, terwijl Milhauds inventieve lijnen helder tot klinken kwamen.

Klank als meditatie

Na de pauze volgde een abrupte, maar bijzonder doeltreffende stilistische wending met de Cantus in memoriam Benjamin Britten van Arvo Pärt. Het werk uit 1977 is een hommage aan de Britse componist. Waar Strauss en Mozart nog uitgaan van melodische ontwikkeling, draait het bij Pärt volledig om klank, resonantie en stilte. De dalende toonladders in de strijkers, begeleid door de onverbiddelijke slag van een klok, creëren een muziek die eerder contemplatief dan narratief is.

De strijkers van SOV speelden deze miniatuur met grote concentratie. Uryupin bouwde de spanningsboog langzaam op en hield de dynamiek strak onder controle. Het resultaat was een verstilde klankruimte waarin elke toon gewicht kreeg. De overgang van Mozart naar Pärt werkte opvallend goed. Na de menselijke warmte van het klarinetconcerto klonk de Cantus als een moment van reflectie, als een muzikale stilstand waarin de tijd even leek te vertragen.

Jeugdige dramatiek

Tot slot weerklonk Schuberts Symfonie nr. 4 in c klein, D 417, beter bekend als de “Tragische”. Schubert schreef het werk in 1816, op negentienjarige leeftijd. De titel is waarschijnlijk niet van de componist zelf, maar de symfonie heeft wel degelijk een donkerder karakter dan zijn eerdere orkestwerken.

Uryupin koos voor duidelijke dramatische contrasten. De langzame introductie van het eerste deel klonk gespannen en compact, waarna het Allegro vivace met frisse energie losbarstte. De strijkers speelden hier met opmerkelijke precisie en drive, maar ook de houtblazers kwamen goed tot hun recht. Het Andante bood een rustpunt met lyrische houtblazers en een elegante dialoog tussen de verschillende orkestgroepen. In het Menuetto kwam opnieuw de donkere ondertoon naar voren, met stevige accenten en een bijna Beethoveniaanse kracht. Het finale-allegro werd met vaart en scherpte neergezet. Uryupin hield het tempo strak zonder de helderheid van de structuur te verliezen. Het orkest volgde alert, wat resulteerde in een energieke afsluiting van de namiddag.

Doordachte programmatie

Wat dit concert uiteindelijk zo overtuigend maakte, was de afwisseling en de samenhang van het programma. Strauss, Mozart, Pärt en Schubert vertegenwoordigen verschillende tijdperken en stijlen, maar samen vormden ze een traject waarin jeugd, melancholie en contemplatie elkaar aanvulden. Valentin Uryupin bewees zich bovendien als een veelzijdige muzikant. Als solist bracht hij een elegante en gevoelige Mozartvertolking, terwijl hij als dirigent het orkest duidelijk leidde. Bij het slotapplaus bleek duidelijk dat er een sterke verstandhouding was gegroeid tussen dirigent en orkest.

Symfonieorkest Vlaanderen toonde zich opnieuw een flexibel ensemble dat zowel in klassieke transparantie als in moderne klankmeditatie overtuigde. Het leverde een concert op dat misschien niet op spektakel mikte, maar wel op muzikale inhoud – en precies daarin lag de grootste kwaliteit van dit concert.

Deel dit artikel

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.

Laat een reactie achter

Reacties worden nagelezen voor ze verschijnen.

NL