Zum Inhalt springen
Rezensionen

Mahlers Vijfde als ‘unheimliche’ ervaring

W
· 7 Min. Lesezeit
Diesen Artikel teilen
Mahlers Vijfde als ‘unheimliche’ ervaring
© Marco Borggreve, Werner De Smet

Je zou kunnen denken: och, er staat maar één werk op het programma – de zeventig minuten durende Vijfde Symfonie van Gustav Mahler (1860-1911). Zal dit wel publiek trekken? Ja, zeker: Mahler zit in het DNA van het Concertgebouw, en zijn Mahler-feesten zijn steevast maanden van tevoren uitverkocht. Sommige symfonieën hoor je, andere onderga je. Mahlers Vijfde behoort onmiskenbaar tot die laatste categorie. Als muzikale rollercoaster staat deze op zich en heeft geen ander werk nodig als – oneerbiedig gezegd – opvulling.

Karina Canellakis maakte van deze symfonie in een tot de nok toe gevuld Concertgebouw in Amsterdam tijdens de Zaterdagmatinee van 17 januari een meeslepende tocht door verdriet, onrust, liefde en tijdelijke bevrijding. Geen losse momenten, geen effectbejag, maar één groot, ademend verhaal dat zich langzaam ontvouwde.

Wat meteen opviel, was de vanzelfsprekendheid waarmee zij haar Radio Filharmonisch Orkest door deze complexe partituur leidde. Haar achtergrond als violiste hoorde je in de manier waarop de strijkers fraseerden en lijnen verbonden, maar evenzeer in haar aandacht voor transparantie en balans. Het orkest klonk hecht en alert, met houtblazers scherp en karaktervol, koper krachtig maar gedisciplineerd, en strijkers lyrisch en gelaagd. Daarbij kwam dat elke solo – zowel van koper- als houtblazers – weergaloos klonk, een uitdaging en verre van sinecure, met een bijzondere pluim voor de hoorns. Alles stond in dienst van de lange adem van de symfonie.

Een symfonie als innerlijke biografie

Mahler schreef zijn Vijfde in 1901–1902, in een periode van lichamelijke kwetsbaarheid en artistieke heroriëntatie. Het is zijn eerste volledig instrumentale symfonie sinds lange tijd, en misschien ook zijn meest innerlijke. Tegelijk markeert dit werk een breuk met het vocaal-symfonische denken van de Wunderhorn-jaren: hier draagt het orkest zelf de existentiële lading. De vijf bewegingen vormen geen losse delen, maar een zorgvuldig opgebouwde dramaturgische boog: van de donkere Treurmars naar een finale die het licht niet triomfantelijk opeist, maar langzaam verdient, en het zelfs dan nog durft te problematiseren.

De eerste beweging, Trauermarsch, werd gedragen en strak gehouden. Canellakis vermeed op weloverwogen wijze elke vorm van pathos, onder meer door de mars onafgebroken in beweging te houden en het rubato sterk te doseren. De ritmiek bleef onverbiddelijk voortstappen, terwijl daarboven een wereld van melancholie en spanning werd opgebouwd. De lage strijkers gaven gewicht, de koperblazers sneden scherp door de textuur. Deze beweging klonk niet als een statisch rouwmonument, maar als een levend, ademend proces dat de toon zette voor de rest van de symfonie.

In de tweede beweging, Stürmisch bewegt, barstte de muziek open. Hier werd de innerlijke strijd hoorbaar: onrustige motieven, plots opduikende accenten, heftige dynamiek. Canellakis hield het tempo gespannen maar overzichtelijk, waardoor de complexe polyfonie helder bleef. De chaos was voelbaar, maar kwam nooit ongecontroleerd over, wat in sommige uitvoeringen wel eens durft mislopen. Het moment waarop we voor het eerst in dit werk een glimp van de hemel kunnen opvangen, werd terecht onmiddellijk in de kiem gesmoord.

Dansen op een vulkaan

Het centrale Scherzo, Kräftig, nicht zu schnell, bracht een ander soort energie. Grotesk, ritmisch, bijwijlen ironisch. Hier toonde het orkest zijn enorme flexibiliteit: lichtvoetig waar het kon, dreigend waar het moest. Canellakis liet de dansende motieven ademen, zonder de onderliggende spanning te verliezen. Het was Mahler op zijn meest ambigu, alsof je op een vulkaan stond te dansen: levenslust en dreiging in één adem, het leven zelf in vraag gesteld, met een lichtpunt dat even opflakkert om vervolgens weer te worden uitgedoofd.

Dan het Adagietto. Misschien wel het meest beladen deel uit het symfonische repertoire, omdat vrijwel iedereen een persoonlijke band met deze muziek heeft. Canellakis koos voor een rustig, maar niet slepend tempo, waardoor dit deel zijn plek binnen de symfonische spanningsboog behield en niet verzandde in louter sentiment. Het tempo had voor mij gerust nog iets sneller gemogen – in de traditie van Mahler zelf en Bruno Walter – al liet zelfs de legendarische Bernard Haitink zich in zijn opname met de Berliner Philharmoniker tot een kwartier verleiden. Harp en strijkers klonken intiem, warm, bijna kwetsbaar. Elke frase leek zorgvuldig afgewogen, elke stilte betekenisvol. Er werd niet gesuikerd of geromantiseerd, maar ingetogen verteld. Het Adagietto fungeerde niet als los intermezzo, maar als het emotionele keerpunt van de symfonie. Ideaal was dat de finale erna zonder onderbreking volgde, geheel zoals Mahler het bedoeld had.

Het Rondo-Finale bracht ogenschijnlijk ontspanning, hoewel Mahler blijft zoeken naar het licht. Ritmische vitaliteit, contrapuntische helderheid en een steeds breder wordend klankbeeld gaven deze beweging een bevrijdend karakter. Het koper straalde zonder te overheersen, de houtblazers hielden het spel scherp, en de strijkers verbonden alles tot één vloeiende stroom. Steeds opnieuw probeert Mahler die hemel te vangen en in muziek om te zetten. Wanneer het eindelijk zo ver lijkt – en menig dirigent hier vertraagt om de sublieme muziek te laten uitwaaieren – maakt Canellakis daar resoluut korte metten mee. Eindelijk weer een dirigent die dit durft! Die glimp is immers schijn en wordt al in de noten zelf ontkracht.

Canellakis toont hiermee dat zij het ‘unheimliche’ karakter van Mahlers muziek werkelijk doorgrondt, en niet blijft steken aan de oppervlakte zoals te veel hedendaagse uitvoeringen doen. Dit slot is geen overwinning die wordt opgeëist, het biedt geen verlossing. Het laat horen wat filosoof Martin Heidegger (1889-1976) ‘unheimlich’ noemt: het moment waarop de mens zijn vanzelfsprekende thuis-zijn verliest en geconfronteerd wordt met existentiële ontheemding. De muziek weigert definitief houvast te bieden en laat de luisteraar achter in een staat van waakzame onzekerheid.

Wat deze uitvoering zo overtuigend maakte, was de manier waarop emotie en structuur voortdurend in balans bleven. Canellakis vertelde het verhaal van Mahlers Vijfde zonder het uit te vergroten, maar ook zonder het te neutraliseren. Ze vond het juiste evenwicht: motieven kregen ruimte, spanningsbogen werden zorgvuldig uitgesponnen en details dienden zich vanzelf aan. Met uitzondering van het Adagietto kwam ze zo dicht bij de kern van Mahler zelf, en voor mij werd deze uitvoering – onverwacht – een nieuwe standaard.

Laat ons hopen dat meer dirigenten afstand nemen van de Bernstein-traditie, die Mahler almaar trager speelt, en opnieuw op zoek gaan naar de kern van de mens Gustav Mahler. In tegenstelling tot zijn leermeester Anton Bruckner (1824-1896) vindt hij als ontheemde nooit God. Al zijn symfonieën zijn een poging daartoe, telkens opnieuw gedoemd te mislukken. Juist daarom grijpen deze werken ons keer op keer naar de keel: ze vormen nog steeds de soundtrack van onze onzekere, ontwortelde maatschappij.

Onderweg blijven

Dit was geen Mahler die om aandacht schreeuwde, maar Mahler die werd beluisterd, begrepen en doorgegeven. Een uitvoering die niet alleen indruk maakte, maar bleef hangen als een lange gedachte die pas na het laatste akkoord volledig tot rust kwam en de luisteraar met een wezenlijke vraag achterliet.

In Mahlers Vijfde sluipt immers een gevoel binnen dat zich niet meteen laat benoemen: een lichte ontregeling, alsof de grond onder de muziek nooit helemaal vastligt. Het is geen angst in de gewone zin, maar een innerlijke onrust die de luisteraar wakker houdt. Wat vertrouwd lijkt, kantelt plots; wat houvast bood, wordt weer losgelaten. Precies daarin schuilde de kracht van deze uitvoering. Canellakis voerde ons niet naar een veilige bestemming, maar liet ons dwalen tussen duisternis en licht, tussen rouw en verlangen. Niet om ons thuis te voelen, maar om het onderweg zijn zelf te aanvaarden…

Diesen Artikel teilen

Kommentare

Noch keine Kommentare. Sei der Erste, der kommentiert.

Kommentar hinterlassen

Kommentare werden vor der Veröffentlichung geprüft.

DE