Aller au contenu
Critiques

Licht uit Dresden – Heinichen en Zelenka op Festivita!2026

W
· 7 min de lecture
Partager cet article
Licht uit Dresden – Heinichen en Zelenka op Festivita!2026
© Malou Van Den Heuvel

Sommige concerten beginnen niet met een eerste noot, maar met een atmosfeer. Alsof de ruimte zich langzaam herinnert waarvoor zij ooit gebouwd werd. Het BachPlus-programma op zondag 15 februari tijdens Festivita!2026, uitgevoerd in de barok-geïnspireerde zaal van het Cercle Royal Gaulois, was zo’n zeldzame ervaring: een avond waarin muziek, plaats en betekenis samenvielen, en waarin Dresden niet zomaar een historische referentie was, maar een klankwereld die opnieuw begon te ademen en te stralen.

Spirituele spanningsboog

Dat Dresden een prominente rol speelt binnen Festivita!2026, is geen louter musicologische keuze. In het begin van de achttiende eeuw was de stad een paradox in steen en klank: een katholiek hof in een overwegend lutheraanse regio. De pracht van de liturgie in de Hofkirche van Dresden fungeerde er niet alleen als geloofsbelijdenis, maar ook als cultureel statement. Muziek werd er ingezet als glansmiddel, als overtuigingskracht, als hoorbaar katholicisme. Die geladen context klonk door in elk werk van dit programma – niet als historische ballast, maar als innerlijke spanning die de uitvoeringen hun urgentie gaf. Dirigent Bart Naessens en BachPlus lieten deze context hoorbaar worden, zonder ooit de authenticiteit uit het oog te verliezen.

Magistrale architectuur van vreugde

Als kapelmeester was Johann David Heinichen (1683-1729) de ware bouwmeester van de hofglorie. Niet door overdaad, maar door maat, proportie en een feilloos gevoel voor retoriek. Zijn Magnificat in A ontvouwde zich als een zorgvuldig aangebracht fresco: helder van lijn, ritmisch veerkrachtig en doordrongen van een Italiaanse elegantie die nooit haar Saksische gewicht verloor.

Al bij de aanhef, ingezet door de alt-solo in “Magnificat anima mea”, klonk een jubel die lichtvoetig was zonder ooit vrijblijvend te worden. In het “Et exsultavit” sprankelde een extatische vreugde die men zelden zo vanzelfsprekend hoort verklankt – en nog zeldzamer zo grandioos gedragen door koor en orkest samen. Hier jubelde geen massa, maar een collectief dat ademde als één lichaam.

De uitvoerders doseerden de contrasten met een fijnzinnig instinct voor retoriek en affect. “Quia respexit” werd geen solistisch uitstapje, maar een moment van collectieve verstilling, waarin nederigheid niet klein werd, maar intens. “Fecit potentiam” daarentegen richtte zich op in breed gedragen kracht, monumentaal zonder zwaar te worden. Het “Suscepit Israel” werkt als een ingehouden adem, een spanning zonder stilstand, waarna het “Gloria Patri” zich ontvouwt in transparante pracht, laag na laag opgebouwd als licht dat langzaam een ruimte vult.

In deze uitvoering werd vreugde niet geëtaleerd, maar opgebouwd: zorgvuldig, overtuigend en met een vanzelfsprekend gezag. Een bijzondere vermelding verdienen de hobo’s en traverso’s, loepzuiver en met een warme, fluwelige klank, die zich naadloos verweefden met de stemmen. Instrumenten en zangers vormden één geheel, alsof kleur en lijn in hetzelfde fresco samenvielen.

Zo klonk Heinichens Magnificat niet alleen als lofzang, maar als een hoorbare geloofsverklaring – glorieus, beheerst en onweerstaanbaar levend. Het was een moment waarop historische muziek haar kracht als levende ervaring volledig toonde.

Extase, dreiging en devotie

Waar Heinichen de glans en orde van het hof belichaamt, voert Jan Dismas Zelenka (1679-1745) ons een andere, donkerder ruimte binnen. Ook hij was verbonden aan de Dresdense Hofkirche, en net als Heinichen werkte hij in dienst van een katholieke liturgie die zich wilde meten met de grote voorbeelden uit Wenen en Praag.

Immisit Dominus pestilentiam sluit aan bij de traditie van het ‘sepolcro’ – het Weense devotionele genre waarin bij het Heilig Graf tijdens de Goede Week muziek klonk die balanceerde tussen liturgie en drama, bijna een korte kameropera. Het is muziek die niet wil sussen, maar confronteren; die de gelovige niet op afstand houdt, maar meesleept in een innerlijk proces van angst, smeekbede en hoop op verzoening. Zelenka vertaalt die traditie naar Dresden met een eigen, onmiskenbare stem: grillig, intens en emotioneel compromisloos.

De plaag werd hier geen abstract bijbels gegeven, maar een lijfelijke ervaring. Nerveuze ritmiek, wringende harmonieën en scherp geprofileerde koorpassages maakten de dreiging onmiddellijk tastbaar. “Recordare, Domine” klonk als een collectieve smeekbede, “Orate pro me, lacrimae” sneed door merg en been, terwijl “Clamate, guttae sanguinis” uitbarstte in een rauwe, bijna theatrale wanhoop – geheel in de geest van het ‘sepolcro’, waar devotie en expressie elkaar versterken.

Toch bleef de uitvoering ver weg van effectbejag. In “Deus, qui non mortem, sed poenitentiam desideras” opende zich een ander perspectief: niet sentimenteel, maar broos en oprecht. Hoop klonk hier niet als belofte, maar als mogelijkheid. De uitvoerders hielden deze spanningsboog met grote precisie vast, waardoor de dramatische intensiteit nooit ontspoorde, maar steeds dienstbaar bleef aan de innerlijke logica van het werk. De verschillende solisten namen beurtelings het woord en droegen zo samen het verhaal. Sopraan Alison Lau verdient een aparte vermelding voor haar zonnestralende, beklijvende bijdrage, terwijl violist Ortwin Lowyck met zijn meeslepende solo een extra laag expressieve spanning toevoegde, wat het drama van Zelenka extra tastbaar maakte.

Ook Dixit Dominus, ZWV 68 leefde volop van contrast, maar nu in een uitgesproken feestelijk register. Met de intrede van trompetten en pauken kreeg de muziek een extra dimensie van glans en grandeur – onmiskenbaar het geluid van katholiek ceremonieel aan het Dresdense hof. Wat eerder innerlijke spanning was, werd hier publieke proclamatie: machtig, stralend en ritueel geladen.

De vele tempo- en karakterwisselingen werden niet fragmentarisch uitgespeeld, maar organisch met elkaar verweven. Vivace en Grave voedden elkaar, scherp geprofileerd maar steeds in elkaars verlengde, alsof Zelenka zelf de architectuur van spanning en ontlading regisseerde. Alles bewoog doelgericht naar het monumentale Amen, waarin virtuositeit en jubel samenvielen met een opmerkelijke innerlijke concentratie.

Deze muziek, ooit bedoeld om te weerklinken in de luisterrijke ruimte van de Hofkirche, vond een verrassend natuurlijke bondgenoot in de barok-geïnspireerde zaal met spiegels van het Cercle Royal Gaulois. De reflecterende wanden versterkten niet alleen de klank, maar ook het idee van representatie en pracht: klank die zich vermenigvuldigt, licht dat zich herhaalt, macht die zich toont. Zo werd Dixit Dominus meer dan een slotstuk – het werd een hoorbare manifestatie van katholieke hofcultuur, perfect ingebed in een ruimte die haar barokke wortels met overtuiging weerspiegelde.

Een uitvoering die ademde en sprak

Wat deze avond werkelijk uitzonderlijk maakte, was de manier waarop BachPlus deze muziek benaderde: geen barokke façade, geen museale afstand, maar een levend organisme. Koor en orkest luisterden intens naar elkaar; fraseringen werden gezamenlijk gedragen, articulaties scherp maar nooit hard. De klank was helder zonder koel te worden, warm zonder haar spanning te verliezen.

De solisten traden niet naar voren als protagonisten, maar als geïntegreerde stemmen binnen het geheel. Alles ademde samen: de jubel, de wanhoop, de devotie. Muziek werd hier niet uitgevoerd, maar verteld – met overtuiging, met liefde, en met een diep begrip van haar historische en spirituele wortels. Het was een voorbeeld van hoe historische muziek in het heden kan spreken, met een directe emotionele impact op het publiek.

Dit concert (en dat met het Ricercar Consort, dat de avond voordien optrad) liet Dresden niet achter als voetnoot in de muziekgeschiedenis, maar als een levende aanwezigheid: een stad van klank en spanning, waar licht en ontzetting elkaar niet uitsluiten maar verdiepen. Hier werd hoorbaar hoe muziek kan schitteren op het breukvlak van geloof, macht en menselijke kwetsbaarheid, en hoe die spanning ook vandaag nog tot spreken komt. Wat bleef hangen, was niet alleen de herinnering aan grootse momenten, maar het gevoel van een ruimte die werkelijk had geademd: klank die zich ontvouwde, betekenis die zich langzaam openbaarde.

Een welgemeende pluim en dankjewel voor de organisatie, die met dit BachPlus-programma een overtuigend slotakkoord plaatste onder een festivaleditie die smaakt naar meer. Volgend jaar richt Festivita! de blik op Madrid – een nieuwe stad, een nieuwe klankwereld, waarin vergelijkbare historische en emotionele spanningsbogen te verwachten zijn. Ondergetekende kijkt er alvast reikhalzend naar uit.

Partager cet article

Commentaires

Aucun commentaire pour l’instant. Soyez le premier à réagir.

Laisser un commentaire

Les commentaires sont relus avant leur publication.

FR