Bremen is dé stad van de muzikanten, alvast de fameuze vier van het verhaaltje waar de afgedankte dieren, de ezel, de hond, de kat en de haan al ‘zingend’ schurken verjagen en de buit voor hun vieren houden en in het rovershol blijven wonen, waardoor ze niet in Bremen terechtkomen. Die vier dieren hun ‘muziek’ moet nogal geklonken hebben! Balken, blaffen, miauwen en kraaien; een kakofonie heeft er niks tegen. Gelukkig werd het luisteren naar heel wat anders...
Bremen wilde niet onder de valse tonen gebukt gaan en zo kwam er in 1989 op initiatief van huidig intendant Thomas Albert het intussen wereldvermaarde Musikfest Bremen, feestelijk geopend op 15 augustus, Maria Hemelvaartsdag, in deze grotendeels protestantse stad waar gelukkig lutheranen, calvinisten en katholieken samen met agnosten en atheïsten en wat nog meer in vrede samen door de straten wandelen en de concertzalen vullen. Onder het motto ‘Eine große Nachtmusik’ vierde Bremen feestelijk de start van dat enorme festival dat een goede maand lang duurt in de stad zelf en het ommeland.
Plechtigheid in ‘Rathaus’ en meesterlijke concerten
De organisatoren, gulle schenkers en sponsors, politieke verantwoordelijken en de pers werd een fijne receptie aangeboden in het prachtige stadhuis van Bremen door burgemeester Andreas Bovenschutte en intendant Thomas Albert. Hun welkomstwoorden wisten de juiste toon te raken, waarmee meteen de sfeer erin zat en de honger alleen maar werd aangewakkerd om veel muziek van het hoogste niveau voorgeschoteld te krijgen en te consumeren.
Drie concerten van telkens ± 45 minuten konden we volgen. De kwaliteit van het ene was nog beter dan het andere en we overlopen hier wat aangeboden werd.
19 uur: Ensemble Matheus - Chœur de l’Académie Haendel Hendrix – sopraan Nina Spinosi – alt Javiera Barrios - dirigent Jean-Christophe Spinosi
Deze gedreven musici brachten onder leiding van een bijna dansende dirigent in de Dom een minder en een overbekend werk van Antonio Vivaldi: het Laudate pueri Dominum RV 600 en het Gloria RV 589. Dat Gloria was van de eerste klassieke muziek die ondergetekende leerde kennen als kleuter. Wat goed toch muzikale ouders te hebben… Het orkest is subliem, alles volgens historische speelwijze op periode-instrumenten. We mogen best trots zijn dat al decennia in heel de wereld ensembles bestaan, solisten, opnamestudio’s, zalen, leerstoelen, uitgeverijen, festivals en noem maar op die hun muzikaal en commercieel wel en wee te danken hebben aan onze eigenste Sigiswald Kuiken, die als eerste na meer dan 200 jaar terug op een viool speelde zonder kinsteun, helemaal zoals hij het zag en bestudeerde op prenten, schilderijen, las in teksten. De wereld kan pioniers zoals de gebroeders Kuiken en andere generatiegenoten die werden meegezogen in deze heropstanding van ‘oude muziek’ nooit voldoende dankbaar zijn. Was bijvoorbeeld de Vlaamse regering dat ook maar, helaas.
Het was een en al genieten van het orkest en de twee bijzonder goede zangeressen. Een romig warme sopraan en een alt uit de duizend met een stem om van weg te dromen. Minder tot zijn recht kwam het koor. Dit kwam door de opstelling in een zeer moeilijke Domkerk die eigenlijk geen akoestiek heeft. Waar ik zat, hoorde je de mannen en leek het dat er misschien maar een tweetal vrouwen in het koor meezong. Wie aan de kant van de vrouwen zat, zal allicht de omgekeerde ervaring gehad hebben. Een beetje jammer, maar het kan in die kerk niet anders.
20.30 uur Boston Early Music Festival Vocal & Chamber Ensembles geleid door niemand minder dan de luitist Paul O’Dette en barokgitarist Stephen Stubbs
De op enkele stappen van de Dom en het stadhuis gelegen Unsere-Lieber-Frauen-Kirche staat er nog. Ze doorstond het donderende applaus na afloop van 45 minuten Monteverdi (1567-1643) die ingezet werden met het beroemde Zefiro Torna. Dit ensemble is zo puur, zo Italiaans, ondanks dat het Amerikaans is. De musici transformeren in de mensen die voor Monteverdi persoonlijk zijn werken uitvoerden. Wat een kwaliteit toch. Dit kan je niet verbeteren. Absorberen, niet meer loslaten, herinneren en opnieuw horen als je erover praat, leest… Een concert dat bijblijft, muziek voor de eeuwen, musici die ontzettend goed op elkaar ingespeeld zijn en waar elke noot spreekt, uitdrukt, zingt, leeft. Dit is groots en zo vol vuur, branie, overtuiging en souplesse. Een staande ovatie, dat kon niet anders.
22 uur: Alena Baeva, Kyril Zlotnikov & Vadym Kholodenko met Franz Schuberts (1797-1828) Klaviertrio nr. 2 D929
De grote raadszaal, historische pracht, intacte renaissance die oorlogen en rampspoed aller aard overleefde, was uit het beste hout gesneden – en er is houtwerk om te bewonderen – om er Schubert te laten weerklinken. Akoestisch viel het zeer goed mee, wat mij betreft eigenlijk beter dan de kleine zaal van Die Glocke, waar het zes dagen luisteren was naar de Beethoven-strijkkwartetten door het Quatuor Ebène.
Dit was de kers op de taart, ontegensprekelijk. Zelden hoorde je Schubert zo lyrisch, zo uitgekiend, zo lieftallig en zo getormenteerd, zo angstig ook voor de naderende dood en toch hoopvol de schoonheid dienend. Het was ontroerend, grote romantiek in zijn zuiverste zijn, waar de muziek zich opnieuw bewees als meest hoogstaande kunstvorm. Dit oversteeg alles en het had nog veel langer mogen duren. Alleen al dit mogen bijwonen loonde de moeite om naar Bremen te reizen. Hopelijk horen we deze drie talenten opnieuw dichter bij de deur in eigen land. Dat ook deze avond werd afgerond met veel bravo’s en een staande, trappelende ovatie behoeft geen verder betoog.
Mocht je de gelegenheid hebben om volgend jaar of een van de komende jaren dit festival bij te wonen? Doen!





