Naar de inhoud
Recensie

Pierre Fontenelle & Cansu Sanlidag met quadricontinentale klank in Terkamerenbos

P
· 4 min lezen
Deel dit artikel
Pierre Fontenelle & Cansu Sanlidag met quadricontinentale klank in Terkamerenbos
© Petronela Serban / KC

Dit jaar staat de Koningin Elisabethwedstrijd in het teken van de cello en we zien hoe de muziekwereld koortsachtig bezig is met de voorbereidingen. De Fontenelle & Sanlidag uitvoering stondonder de auspiciën van de Belgium Cello Society (BCS) en eert de concerten waarbij bekroonde artiesten op het podium worden gebracht.

Namens de BCS stelde Han Bin Yoon de musici en het repertoire voor, waarbij hij de nadruk legde op de liefde en de gepassioneerde inspanningen om de cello beter onder de aandacht van het publiek te brengen.

De tweede laureaat van de Internationale Cello-wedstrijd Buchet 2020, Pierre Fontenelle, veelzijdig artiest die een breed scala cellocomposities beheerst, leerde zichzelf cello vanaf zijn elfde in Seattle. Hij is nu docent aan het IMEP (Namen) en blijft de hedendaagse muzikale ontwikkelingen in Amerika op de voet volgen. Fontenelle koos ervoor om op zijn Ruggieri-cello uit 1690 te spelen . Een instrument met een fluwelen klank dat volgens hem beter geschikt is voor romantisch repertoire en voor kleine gezelschappen in intieme ruimtes zoals we die hadden in de Boondaelkapel. Fontenelle speelt ook op een Vuillaume-cello uit 1860 die een vollere klank geeft en geschonken werd door de Koning Boudewijnstichting.

Cansu Sanlidag, solopianiste die bekendstaat om haar expressiviteit, begon op zevenjarige leeftijd met haar muziekstudie in Turkije, waarna ze zich verder schoolde aan de Koninklijke Conservatoria van Bergen, Brussel en vervolgens in Wenen. Tijdens haar solorecitals door heel Europa wordt ze geprezen om precisie en ontroerende optredens. Ze toont interesse in ongepubliceerde Ysaÿes werken voor viool en piano, treedt op als begeleidster bij masterclasses en werkt aan een soloalbum voor Pavane Records. Deze keer speelde ze op een Yamaha-piano.

Ludwig van Beethovens – 12 variaties op “Ein Mädchen oder Weibchen”, WoO 46 – geschreven in 1796 aan het begin van de romantiek, op Mozarts Papageno-aria uit Die Zauberflöte. Beethovens persoonlijkheid komt hier in een vroege vorm tot uiting, vernieuwend in de variaties, die hij benadert en voorziet van een verfrissende betekenis. Zijn vernieuwende harmonisatie bracht de muziekwereld bij het verschijnen ervan in verwarring; zijn compositie, aanvankelijk omstreden, werd door onze concertanten overtuigend gevaloriseerd en meesterlijk geïnterpreteerd.

Een stuk waarin de volledige mogelijkheden van de cello worden verkend, is Pampeana nr. 2, op. 21 van Alberto Ginastera (1916-1983). Bezield door liefde voor zijn Argentijnse vaderland en de volksstrijd voor vrijheid, bracht hij deze vurige passie over in een cello-piano duo dat hoge eisen stelt aan techniek en expressie. Door veel vibrato en scherzo, het gebruik van crescendo/diminuendo dynamiek, forte-fortissimo intenties, begeleid door een aangrijpende piano die jazzsonoriteit leent, voedden de artiesten onze verbeelding. Via het instrumentaal duet, schreeuwt, huilt, spreekt en zingt de pampas en brengt het andere stemmen tot zwijgen.

Het repertoire werd vervolgd met Nikolai Myaskovsky (1881–1950). Een componist van Poolse afkomst, maar in militaire dienst in Rusland, die studeerde bij Rimsky-Korsakov, raakte bevriend met Prokofjev en andere componisten ontmoette. De Cellosonate nr. 2 in A mineur, op. 81 is opgedragen aan de grote cellist Matislav Rostropovich die het speelde met Svjatoslav Richter aan de piano. Dit stuk redde Myaskovsky van de politiek opgelegde culturele censuur en de beschuldigingen van elitair formalisme. Fontenelle, die een voorliefde heeft voor dit stuk en werd bijgestaan ​​door Sanlidag, vond weerklank bij het publiek.

De reis ging verder naar de Ballade in D mineur, op. 3 nr. 1 van Josef Suk (1874-1935). Het stuk voerde ons mee naar de mijmeringen van de laatromantiek, indrukwekkend door de elegante, mysterieuze interpretatieve manier.

Het slotmoment was voorbehouden aan de sublieme Cellosonate in D mineur van Frank Bridge (1879-1941), een Engelse componist, violist en dirigent. Het uitbreken van WO I veroorzaakte een trauma dat ertoe leidde dat Bridge afstand nam van de traditionele romantiek en zich richtte op een moderne expressie. Tijdens het beluisteren ontstond gewaardeerde vervoering, afgestemd op de experimentele interesses van de musici.

Het publiek reageerde enthousiast op dit cultuureel geschenk wat de artiesten bedankten met een toegift: Bifu/Briesje van de Japanse componist Somei Satoh, (1947°). Een diepe meditatieve stemming omhulde de luisteraars bij de samensmelting van brede bogen en een vluchtig golvende pianoklank.

Fontenelles speelplezier was opmerkelijk, mede dankzij de nauw aansluitende begeleiding van de pianiste. Sanlidag ontwikkelde een scherp gevoel voor de spelnuances van haar podiumpartner. Ze anticipeerde op de intenties van de cellist en droeg aanzienlijk bij aan het succes van de uitvoering. We merkten een hechte wisselwerking tussen cello en piano, wat esthetische visie tot uiting bracht. Dit getuigt van een competentie die we graag op het podium zien en die – hopelijk – nog lang vrucht zal dragen.

 

Deel dit artikel

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.

Laat een reactie achter

Reacties worden nagelezen voor ze verschijnen.

NL