Zum Inhalt springen
Rezensionen

Dankbaarheid na een avond van zeldzame intensiteit: Capuçon en Lugansky in De Singel

W
· 7 Min. Lesezeit
Diesen Artikel teilen
Dankbaarheid na een avond van zeldzame intensiteit: Capuçon en Lugansky in De Singel
© Susanne Diesner

Er zijn concerten die je beschrijft, en er zijn concerten die zich nadien blijven aandienen als een gedachte. Het recital met Gautier Capuçon en Nikolaj Lugansky in De Singel op vrijdag 27 maart behoorde onmiskenbaar tot die tweede categorie: een geconcentreerde avond waarin klank zich ontvouwde als een innerlijke logica – een ruimte waarin elke nuance gewicht en betekenis kreeg.

Wanneer de namen Gautier Capuçon en Nikolaj Lugansky op een affiche verschijnen, noteer je die afspraak in je agenda. Het vooruitzicht staat immers garant voor kamermuziek op het allerhoogste niveau, en die verwachting werd die avond volledig ingelost.

Het werd een avond van uitzonderlijke concentratie, zowel op het podium als in de zaal. De musici luisterden voortdurend naar elkaar, ademden samen en reageerden vanuit een gedeeld muzikaal denken. Ook het publiek liet zich meevoeren. De stilte was tastbaar; je kon een speld horen vallen. Uitvoerders en luisteraars leken in hetzelfde ritme te ademen, als deelnemers aan één gezamenlijke aandacht.

De drie sonates werden met grote intensiteit en betrokkenheid gebracht, waarbij cello en piano zich voortdurend in een hechte, bijna vanzelfsprekende symbiose bewogen.

Fragmenten in spanning

Dat werd meteen duidelijk in de Sonate voor cello en piano van Claude Debussy (1862-1918). Geen sonate in klassieke zin, maar een reeks korte, geconcentreerde muzikale invallen, ontdaan van alles wat overbodig is.

Capuçon en Lugansky brachten deze fragmenten samen tot één doorlopende spanningslijn. De cello sprak in korte, bijna retorische gebaren – soepel, maar nooit vrijblijvend – terwijl de piano van binnenuit richting gaf en de harmonische onderbouw mee bepaalde. Harmonische kleuren en subtiel gedoseerde resonantie stuurden de frasen, waardoor beide partijen voortdurend in elkaar grepen. Alles ademde, maar niets verslapte; elke gedachte kreeg haar plaats binnen een groter geheel.

In het tweede deel – met zijn hoekige ritmiek en grillige lichtheid – werd dat samenspel nog directer voelbaar. Motieven botsten, weken uit en vonden elkaar opnieuw. Juist in dat verschil, in het net niet samenvallen, ontstond spanning.

Het slotdeel bracht die energie samen in een compacte beweging. Niets werd uitgesponnen, alles gebundeld. De kracht zat niet in het gebaar zelf, maar in de manier waarop beide stemmen samen een heldere, geladen ruimte lieten ontstaan.

Architectuur en adem

Met de Sonate nr. 2 in F, op. 99 van Johannes Brahms (1833-1897) opent zich een andere wereld. Waar Debussy zich in fragmenten beweegt, denkt Brahms in lange lijnen en brede bogen, met een continuïteit die de afzonderlijke momenten overstijgt. Capuçon en Lugansky kozen ook hier voor een benadering van binnenuit – gedreven, maar steeds beheerst en vormbewust. Opvallend was dat ze niet bleven steken in een solist-begeleiderverhouding, maar als gelijkwaardige partners samen de architectuur vormgaven: de ene stem leidend waar nodig, de andere voortdurend meedenkend.

Vanaf de openingsmaten stond de grote lijn centraal. De cello zong warm en gedragen, steeds in relatie tot wat voorafging en wat zou volgen, terwijl de piano niet enkel begeleidde, maar de architectuur mee zichtbaar maakte. Harmonische wendingen kregen richting en gewicht, waardoor frasen zich niet alleen ontvouwden, maar ook vooruitwezen. In die opbouw lag een stille spanning besloten die de muziek haar samenhang gaf.

In meer beweeglijke passages kreeg die structuur extra reliëf. Ritmische impulsen werden scherp gearticuleerd, maar nooit geïsoleerd; ze maakten deel uit van een groter traject waarin spanning werd opgebouwd en verdeeld. Accenten bleven functioneel binnen de lijn, alsof elke beweging zijn plaats had binnen een zorgvuldig uitgebalanceerd geheel.

Ook in de lyrische momenten bleef dat denken voelbaar. De adem werd ruim genomen, maar nooit vrijblijvend; elke frase droeg bij aan de voortgang. Warmte en expressie werden geïntegreerd in een continu proces van opbouw en terugname, waardoor de muziek in beweging bleef, zelfs in verstilling.

Zo kreeg deze Brahms gewicht vanuit samenhang eerder dan nadruk. Detail en totaalbeeld bleven in dialoog – muziek die zich stap voor stap als constructie én als ervaring ontvouwt.

Spanning als noodzakelijkheid

De Sonate in g, op. 19 van Sergei Rachmaninov (1873-1943) vormde het emotionele centrum van de avond. Dit is muziek die zich breed wil uitspreken, met een bijna symfonische adem, maar die pas overtuigt wanneer die expansie gedragen wordt door innerlijke samenhang. Precies dat spanningsveld tussen uitdeinen en begrenzen werd hier consequent bewaakt.

Vanaf de eerste inzet ontstond een klank die ruimte vroeg en zich tegelijk ordende. De cello van Capuçon zette breed en zangerig in, terwijl de piano van Lugansky de harmonische richting scherp uittekende en de vorm mee aanstuurde. Frasen werden niet als gegeven behandeld, maar telkens opnieuw opgebouwd; lijnen werden gevormd en subtiel ingehouden, waardoor ze hun spanning over langere bogen behielden.

In de lyrische passages werd dat bijzonder duidelijk. Melodieën kregen adem, maar werden nooit vrijblijvend uitgesponnen. Onder de oppervlakte bleef een constante beweging aanwezig: subtiele timingverschillen, dynamische schakeringen en een harmonische onderstroom die richting gaf, zelfs wanneer de muziek ogenschijnlijk tot stilstand kwam.

De piano speelde hierin een essentiële rol, niet alleen als fundament, maar als motor van de vorm. Akkoorden werden schakels binnen een groter verloop, en precies in de overgangen – in voorbereiding, uitstel en resolutie — bleef de spanning voelbaar. Lugansky hield de lijn voortdurend in beweging, terwijl Capuçon daarboven een zingende, dragende stem liet horen.

In de meest geladen secties groeide het samenspel uit tot een overtuigende dramaturgie. Climaxen ontstonden als noodzakelijke uitkomsten van wat eraan voorafging; elke intensivering had een richting, elke ontlading een oorzaak. Daardoor kregen de hoogtepunten hun volle gewicht zonder los te raken van het geheel.

Wat deze uitvoering zo sterk maakte, was de vanzelfsprekendheid waarmee die spanningsopbouw tot stand kwam. Balans, timing en klank leken niet gezocht maar gevonden. De zaal volgde in geconcentreerde stilte. Dit was geen interpretatie die wilde imponeren, maar een die zich van binnenuit opdrong – en die nog lang in ieders geheugen zal blijven nazinderen.

Geschenken als toegift

Als bisnummer kozen Capuçon en Lugansky voor de Vocalise van Rachmaninov, in een uitvoering die uitblonk in verstilling en adem. Zonder woorden kreeg de melodische lijn een bijna tijdloos karakter: een pure, zingende stroom waarin elke frasering vanzelfsprekend leek en elke overgang organisch voortvloeide uit de vorige. Het stuk werd niet gespeeld als een toevoeging, maar als een vanzelfsprekende afsluiting waarin de eerder opgebouwde intensiteit nog eenmaal in gecondenseerde vorm terugkeerde.

Als uitsmijter volgde de Danse des chevaliers (Montagues and Capulets) uit Romeo and Juliet van Sergei Prokofjev (1891-1953): ritmisch scherp, breed aangezet en met een uitgesproken dramatische profilering. In deze bewerking voor cello en piano kreeg het iconische thema een nieuwe, bijna orkestrale densiteit, waarin de motorische kracht en de statige spanning van het origineel overtuigend overeind bleven. Het vormde een krachtige, contrastrijke afsluiter van een recital dat in zijn geheel werd gekenmerkt door concentratie, samenhang en een diep doorvoelde muzikaliteit.

Coherent muzikaal denken

Wat deze avond uiteindelijk zo overtuigend maakte, was de eenheid van benadering. Drie sterk verschillende werken – Debussy’s geconcentreerde taal, Brahms’ architecturale denken en Rachmaninovs brede lyriek – werden vanuit dezelfde aandacht voor lijn, balans en spanning benaderd. Capuçon en Lugansky speelden niet om te tonen, maar om te begrijpen. Muziek werd hier niet groter gemaakt dan ze is, maar helderder en indringend doorleefd.

Wat bleef, was geen vluchtige indruk maar een blijvende resonantie – en een gevoel van dankbaarheid voor een avond die in intensiteit en samenhang zeldzaam was.

Diesen Artikel teilen

Kommentare

Noch keine Kommentare. Sei der Erste, der kommentiert.

Kommentar hinterlassen

Kommentare werden vor der Veröffentlichung geprüft.

DE