Naar aanleiding van het 900-jarig jubileum van de Abdij van Vlierbeek in 2025 verscheen een bijzondere cd die het Jean-Baptiste Le Picard-orgel in al zijn facetten belicht. Organist-titularis Paul Van Hooff laat het instrument spreken. De opname wordt verder ondersteund door de stemmen van het ensemble Currende onder leiding van Erik Van Nevel en verrijkt met bijdragen van Odette Meyers (blokfluit), Ludo Joly (contrabas) en François Fernandez (viool).
De Abdij van Vlierbeek: negen eeuwen spiritualiteit, kunst en natuur
De Abdij van Vlierbeek, gesticht in 1125, ligt net buiten Leuven in een landelijke omgeving en behoort tot de oudste Benedictijnerabdijen in Vlaanderen. Door de eeuwen heen was zij niet alleen een religieus centrum, maar ook een cultureel knooppunt. Oorlogen, politieke omwentelingen en secularisatie lieten hun sporen na, maar de abdij bleef een plek van gebed, studie en kunst.
Ook muzikaal leeft die traditie voort: eeuwenlang werd de liturgie hier gedragen door koor- en orgelmuziek. Het Le Picard-orgel is daarvan het klankrijke symbool.
Een juweel van de Luikse school
Het orgel werd omstreeks 1737 gebouwd door Jean-Baptiste Le Picard (1706–1779), telg uit een Noord-Franse orgelbouwersfamilie die zich in Luik vestigde. Le Picard perfectioneerde de Luikse orgeltraditie en breidde zijn werkterrein met succes uit tot Brabant. Het Vlierbeekse instrument telt 869 pijpen, waarvan 855 sprekend en 14 sierpijpen in de zijtorens, inclusief de karakteristieke Rossignol. In 1739 volgde de officiële keuring; in 2008 werd het orgel grondig gerestaureerd.
Kenmerkend voor deze Luikse stijl zijn de warme, dragende grondstemmen, verfijnde – nooit agressieve – tongwerken en een elegante klankmengeling die Franse finesse verenigt met Zuid-Nederlandse diepgang. Het resultaat is een instrument dat zowel solistisch als in ensembleverband excelleert en uitermate geschikt is voor de afwisseling tussen vocale en instrumentale muziek.
Paul Van Hooff – bezieler, vertolker en bewaker van het instrument
Centraal in dit project staat Paul Van Hooff (°1955), organist-titularis van de Abdij van Vlierbeek en een van de belangrijkste pleitbezorgers van historisch Belgisch orgelerfgoed. Zijn spel op het Jean-Baptiste Le Picard-orgel getuigt van een diepgaande kennis van zowel de bouw en mogelijkheden van het instrument als van het stilistische idioom waarin deze muziek is ontstaan. Van Hooff benadert het orgel niet louter als klankbron, maar als een liturgisch en historisch organisme.
Hij fungeert op deze cd niet alleen als uitvoerder, maar ook als gids door drie eeuwen muzikale en spirituele traditie. Zijn interpretaties slaan een brug tussen verleden en heden en maken van deze opname meer dan een document: het is een levende dialoog tussen instrument, ruimte en gemeenschap.
Een cd als tijdreis door drie eeuwen – en een verrassende luisterervaring
Bij orgel-cd’s leeft vaak de vrees dat ze in de huiskamer te zwaar of massief zullen klinken, maar dat is bij deze opname nadrukkelijk niet het geval. Van Hooff licht in de inleiding toe dat hij bewust het platgetreden pad van standaard Franse barokmuziek heeft vermeden en ervoor koos om vergeten repertoire uit bibliotheken te ontsluiten. Ook de samenwerking met andere musici is bewust gekozen, waardoor het geheel niet zwaar klinkt, maar juist door afwisseling continu boeiend blijft voor een breed publiek.
De cd opent symbolisch bij de ingebruikname van het orgel op 21 februari 1739. Kristalhelder zetten de vrouwenstemmen het gregoriaanse Salve Regina (11de eeuw) in, in alternatim afgewisseld met vreugdevolle orgelverzen uit het Prélude et versets van Joannes Jacobus Robson (1723–1785). Deze keuze is allesbehalve toevallig: de abdijkerk stond altijd onder de bescherming van Onze-Lieve-Vrouw. Zo wordt de luisteraar meteen weggevoerd uit de hectiek van alledag, naar een tijdloze ruimte van rust en contemplatie. Tegelijk biedt Robsons werk een eerste kennismaking met de rijke klank- en kleurenwereld van het instrument, dat hier al in al zijn veelzijdigheid klinkt.
Omdat veel 18de-eeuwse orgelspelers ook klavecimbel bespeelden, valt op hoe bepaalde orgelwerken evengoed op klavecimbel gespeeld zouden kunnen worden, zoals het aimabele Andante van Dieudonné Raick (1703–1764).
In de anonieme 18de-eeuwse composities uit het Leuvens Beiaardhandschrift valt vooral de lichte, pastorale sfeer op. Tijdens deze, duidelijk door het eenvoudige boerenleven geïnspireerde werkjes, klinken andere registers van het orgel, waarbij de Voix humaine bijna als een doedelzak aandoet. De transcripties zijn bovendien zo bewerkt dat ze naast het orgel ook door blokfluit begeleid worden, wat het geheel een lieflijk, charmant karakter geeft.
Motetten en pastorale parels
De motetten van Franciscus Krafft (1729–1795) vormen een boeiend contrast. Crudelis Herodes, verfijnd gezongen door de vrouwenstemmen – Krafft had er acht begijnen tot zijn beschikking – klinkt lieflijk, ondanks de gewelddadige bijbelse context, een intrigerende spanning die tot reflectie uitnodigt. Alma Redemptoris Mater is uitdagender en expressiever, zowel vocaal als emotioneel. De ertussen klinkende menuetten zijn feestelijk en ware strelingen voor het oor. Uit het cd-boekje blijkt dat Van Hooff al jaren geboeid is door deze componist, die werkte in het Groot Begijnhof van Leuven; zijn enthousiasme maakt nieuwsgierig naar het boek dat hij over Krafft zal schrijven, want diens werk verdient onmiskenbaar meer aandacht. Het Divertimento Notturno van Krafft is elegante, gracieuze muziek, ideaal om de dag mee af te sluiten, met een subtiel vleugje humor dat speels door de muziek heen klinkt.
Negentiende eeuw en heden: geloof en klankkleur
Uit de Missa Terza van Nicholas Henry Joseph Bodson (1766–1829) klinkt een lieflijk Kyrie met fraaie zanglijn, en het Pie Jesu is verfijnd en warm. Zijn muziek werd in de 19de eeuw in brede kring gewaardeerd. Hoewel Bodson bekendstaat om zijn revolutionaire hymnes, klinken deze misdelen vrij conventioneel. Compositorisch blijft het voorspelbaar, al zet het orgel, begeleid door contrabas, in het Pie Jesu soms duidelijke, zelfs licht bijtende accenten, terwijl de vocale lijnen ingetogen blijven.
De 19de-eeuwse werken van Petrus Ruelens (1799–1847) en Felix Ruelens (1833–1908) ademen een uitgesproken religieuze gevoeligheid, waarin het geloof opnieuw centraal staat. O sacrum convivium klinkt zo ingetogen dat het haast als een stil kerstlied kan doorgaan. Deze muziek markeert een verschuiving van de barokke retoriek naar een meer lyrische, vroegromantische vroomheid. Het cd-boekje licht hun familiegeschiedenis uitvoerig toe. We leren dat de Ruelens vooral muziek schreven voor de lokale eredienst, zonder de intentie om hun werken te verspreiden. Dankzij een gift beschikt Van Hooff nu over deze waardevolle collectie eenvoudige, maar ontroerende muziek.
Meesterlijke registratiekunst en hedendaagse klankkleuren
In het volledige programma valt Van Hooffs beheerste maar expressieve registratiekunst op: hij benut alle kleur- en dynamische schakeringen van het orgel zonder ooit in effectenbejag te vervallen, waardoor de muziek transparant en intiem klinkt. Bijzonder overtuigend zijn de korte hedendaagse stukken die Van Hooff in 2008 componeerde voor de zegening van het gerestaureerde orgel. Ze tonen hoe een modern muzikaal idioom moeiteloos kan samenvallen met een historisch instrument, waarvan hij de veelzijdigheid met verfijnde klankkleuren in de verf zet.
Opnamekwaliteit en presentatie
De opname brengt de akoestiek van de abdijkerk perfect tot uiting, zonder te vervallen in overdreven nagalm. De balans tussen koor, orgel en overige instrumenten is voorbeeldig – een duidelijke pluim voor de opnametechnici.
Het tweetalige cd-boekje (Nederlands en Engels) bevat informatieve en prettig leesbare teksten die de luisteraar verder meenemen in de geschiedenis van abdij, orgel en repertoire. Enkel jammer dat de gezongen teksten zelf niet zijn opgenomen.
Een muzikale schat – en hopelijk een begin
Deze cd is meer dan een opname: het is een reis door drie eeuwen muziek, een herontdekking van vergeten repertoire en een ode aan een instrument dat zijn gelijke zelden kent. De luisteraar wordt warm ontvangen in de klankrijke wereld van de Abdij van Vlierbeek, en het lijkt vanzelfsprekend dat er nog meer schatten wachten op ontdekking. Het Jean-Baptiste Le Picard-orgel laat – eeuwen na zijn ontstaan – in deze opname horen hoe muziek stenen kan laten ademen en geschiedenis tot leven brengt.