Aller au contenu
Critiques

Da pacem als menselijk gebed – Ricercar Consort op FestiVita!26

W
· 5 min de lecture
Partager cet article
Da pacem als menselijk gebed – Ricercar Consort op FestiVita!26
© Malou Van Den Heuvel

Op Valentijnsavond, ver weg van rozen en platgetreden sentiment, bracht het Ricercar Consort een concert dat zich nestelde waar muziek haar diepste betekenis vindt: in de kwetsbaarheid van het menszijn. In het Brusselse Cercle Royal Gaulois ontvouwde zich een programma rond Heinrich Schütz (1585-1672), geflankeerd door instrumentale juwelen van Johann Hermann Schein (1586-1630), dat niet alleen historisch doordacht was, maar vooral existentieel raak.

Dat Schütz perfect paste binnen het festivalthema van FestiVita!26, dat dit jaar onder meer focuste op Dresden, behoeft nauwelijks uitleg. Dresden was Schütz’ artistieke thuis, de stad waar hofcultuur, liturgie en politiek elkaar kruisten. Maar belangrijker nog: Schütz componeerde zijn meest indringende muziek tegen de achtergrond van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Zijn werken ademen geen triomf, maar soberheid; geen overvloed, maar concentratie. In tijden van schaarste – minder musici, beperkte middelen – vond hij een taal die des te dieper snijdt. In eenvoud wist hij door te dringen tot de kern van wat het betekent om mens te zijn.

Die geest hing tastbaar in de zaal. Het programma begon met Scheins Intrada à 5 uit het Venus-Kränzlein: geen uitbundige ouverture, maar een ingetogen uitnodiging. Een klank die zich niet opdrong, maar zich verspreidde als adem in een lege ruimte, alsof luisteren hier begon nog vóór de muziek werkelijk klonk. Alsof de deur naar een binnenruimte langzaam werd geopend. Van daaruit leidde het Ricercar Consort ons door een zorgvuldig opgebouwde dramaturgie van Schütz-motetten: van het zoekende Was betrübst du dich, meine Seele over de smekende intensiteit van Verleih uns Frieden genädiglich tot de verstilde monumentaliteit van delen uit de Musikalische Exequien. Elk werk leek een halte in een geestelijke reis zonder zekerheid, maar niet zonder houvast.

Opvallend – en betekenisvol – was dat de volgorde van de werken afweek van die op de recente Da pacem-cd. Waar de opname – een absolute aanrader voor iedere muziekliefhebber – een meer cyclische luisterervaring biedt, koos het ensemble hier voor een dramaturgie die in de concertzaal nog sterker werkte. De spanningsboog werd niet lineair maar ademend opgebouwd: klacht en hoop, wanhoop en vertrouwen wisselden elkaar af. Die ademende dramaturgie weerspiegelde geen theologisch schema, maar een menselijk ritme: vallen en opstaan, wankelen en hopen. Daardoor kregen woorden als “vrede”, “troost” en “barmhartigheid” een steeds grotere lading. Wanneer aan het slot Da pacem, Domine opnieuw klonk, ditmaal als bis, voelde het niet als herhaling maar als voltooiing: niet als afronding, maar als open einde, een gebed dat, na alles wat eraan voorafging, pas echt betekenis kreeg.

De uitvoering zelf was van een zeldzame intensiteit. De musici zou je zonder overdrijving als twaalf vredesapostelen kunnen zien: perfect op elkaar ingespeeld, luisterend, reagerend. Philippe Pierlot ademde zichtbaar mee met zijn ensemble; soms bewoog hij zelfs met de strijkstok mee wanneer hij niet speelde – een klein, veelzeggend gebaar dat toonde hoezeer deze muziek gezamenlijk werd beleefd. Dit ensemble speelde niet naast elkaar, maar mét elkaar, als één ademend lichaam, waarin klank ontstond uit aandacht en stilte even belangrijk was als beweging.

De zangers zongen loepzuiver, hun intonatie was feilloos, hun Duitse dictie voorbeeldig. Elk woord was verstaanbaar, elke letter droeg betekenis. In muziek waarin tekst en retoriek zo centraal staan, is dat geen detail maar essentie. De instrumentalisten boden een warm, doorzichtig klankweefsel dat de stemmen droeg zonder ze ooit te overschaduwen. De gamba’s kleurden het geheel met een fluwelige melancholie, terwijl het continuo nooit duwde, maar ademde – alsof stilte hier even belangrijk was als klank. Hier werd muziek geen boodschap, maar een ruimte waarin luisteren zelf betekenis kreeg. De muziek sprak niet om te overtuigen, maar om aanwezig te zijn. Het geheel was een streling voor het oor, maar nooit vrijblijvend: de muzikaliteit was ijzersterk, de interpretatie diep doorleefd.

Een bijzonder moment vormde het gezongen Was ist der Mensch? – een vraag die boven de hele avond leek te hangen. Wat is de mens, te midden van oorlog, angst en verlangen naar vrede? Die vraag bleef resoneren tot het einde, niet als intellectuele bedenking, maar als lichamelijk ervaren stilte. Dat uitgerekend op Valentijnsavond geen zoete liefde werd gevierd, maar een diepgaande reflectie over wat liefde tussen mensen werkelijk kan betekenen – aandacht, mededogen, vrede – gaf dit concert een extra laag.

Ook de omkadering verdient vermelding: de inleidingen in het Frans en Nederlands boden zinvolle duiding en openden luistervensters zonder te beleren. Voor wie het festival nog niet kende: deze avond smaakte onmiskenbaar naar meer. FestiVita! toont zich met deze uitdagende en schitterende programmatie als een plek waar oude muziek niet wordt gemusealiseerd, maar opnieuw tot spreken komt.

Dit was geen concert dat je “ongeschonden” verlaat, maar één dat je meeneemt. Da pacem klonk hier niet als een historisch artefact, maar als een hoogst actueel, menselijk gebed, niet omdat de wereld vandaag vrediger is; verre van, maar juist omdat ze het nog altijd even hard nodig heeft.

Partager cet article

Commentaires

Aucun commentaire pour l’instant. Soyez le premier à réagir.

Laisser un commentaire

Les commentaires sont relus avant leur publication.

FR