Aller au contenu
Critiques

De kunst van het noodzakelijke – Elisabeth Leonskaja in Flagey

W
· 5 min de lecture
Partager cet article
De kunst van het noodzakelijke – Elisabeth Leonskaja in Flagey
© Marco Borggreve

Sommige musici lijken geen carrière te hebben, maar een levenslijn – een voortdurende zoektocht naar de essentie van muziek. Elisabeth Leonskaja behoort tot dat zeldzame type uitvoerder voor wie muziek geen opeenvolging van successen is, maar een langdurig proces van verdieping. Wanneer zij op vrijdag 13 februari het podium van Studio 4 in Flagey betreedt, verdwijnt elke vorm van uiterlijk vertoon. Wat overblijft, is concentratie – en een stille uitnodiging tot luisteren.

In een muziekwereld die steeds vaker om zichtbaarheid en profilering vraagt, kiest Leonskaja resoluut voor het tegenovergestelde: verdwijnen in de muziek, en precies daarin schuilt haar gezag. Het intelligent opgebouwde programma voelde als een geschenk voor de luisteraars, waarbij elke keuze en overgang zorgvuldig was doordacht. Het liep van de delicate fantasie van Mozart via de introspectieve Schubertstukken naar de geconcentreerde miniaturen van Schönberg, om uiteindelijk terug te keren naar een beklijvende Mozartsonate. Zo ontvouwde zich een duidelijke lijn van innerlijke verdichting.

Leonskaja’s spel draagt de sporen van een decennia durende omgang met dit repertoire. Opgeleid binnen de grote Russische pianotraditie en artistiek gevormd door haar nauwe band met Sviatoslav Richter, benadert zij interpretatie als een vorm van verantwoordelijkheid. Niet het persoonlijke staat centraal, maar het noodzakelijke: wat de muziek vraagt, en niets meer. Opvallend was hoe alles ogenschijnlijk moeiteloos leek, terwijl haar pianospel getuigde van een weergaloze beheersing en virtuositeit.

Waar de muziek nog zoekt

De Fantasie in c klein, KV 475, van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) werd geen dramatische uitroep, maar een gedachte die zich voorzichtig ontvouwde. Leonskaja zette de muziek niet naar haar hand; zij liet haar ontstaan. De spanning lag in het dwalen zelf, in de manier waarop elke wending even bleef hangen, alsof de muziek zich afvroeg welke richting ze zou uitgaan.

Ook de stiltes boden geen rust, maar hielden het zoeken gaande. De luisteraar werd niet voortgeduwd, maar langzaam meegezogen in dat zoeken. Zo klonk een Mozart zonder gebaar of vertoon, maar vol innerlijke beweging: geen afgerond betoog, maar een proces – broos, onaf en juist daardoor diep menselijk.

Tijd die zich niet laat haasten

Met de Drei Klavierstücke, D 946, van Franz Schubert (1797-1828) leek de tijd zich niet zozeer te vertragen, maar even opzij te stappen. Deze late werken laten zich niet sturen. Ze vragen geen tempo, geen richting, maar aandacht. Aandacht die durft te wachten. Leonskaja gaf die ruimte, zonder de muziek te belasten, zonder haar gewicht te vergroten.

Herhalingen klonken niet als nadruk, maar als terugkeer. Alsof de muziek zichzelf herkende – en tegelijk opnieuw bevroeg. De melancholie bleef onderhuids, nooit uitgespeeld. Dramatische momenten verschenen niet als breuken, maar als scheuren, kort zichtbaar in een verder samenhangend klankweefsel.

Zo werd Schubert geen bekentenis, geen verhaal, maar een beweging van binnenuit. Soms donker, soms onverwacht licht. Ernst en spel raakten elkaar, zonder elkaar vast te houden. De muziek bleef onderweg.

Wat bij Schubert nog als twijfel hoorbaar werd, zou vervolgens bij Schönberg tot stilte worden samengeperst.

Wat overblijft wanneer alles is gezegd

De overgang naar de Sechs kleine Klavierstücke, op. 19, van Arnold Schönberg (1874-1951) voelde niet als een breuk, maar als een verdichting. Wat voorafging, leek hier samen te trekken tot zijn essentie. Deze miniaturen klonken als muzikale afdrukken: kort, geconcentreerd en geladen met betekenis, alsof elke noot meer in zich draagt dan zij op het eerste gezicht laat horen.

Leonskaja ontdeed haar spel van elke overbodige beweging. Klank, timing en vooral stilte kregen een bijna tastbare aanwezigheid. Door Schönberg niet te benaderen als radicale afrekening, maar als uiterste consequentie van de laatromantische expressie, werd de muziek onverwacht intiem in plaats van afstandelijk. Elk stuk klonk als een fragiele gedachte, nauwelijks durvend te klinken – en precies daarom beklijvend.

De stilte na elk fragment kreeg zo een eigen gewicht. Niet als afronding, maar als ruimte waarin de muziek nog even bleef bestaan, voordat zij zich definitief terugtrok.

Helderheid als opdracht

In Mozarts laatste Pianosonate nr. 18 verschoof het perspectief. Vaak geprezen om haar helderheid en technische verfijning, klonk ze bij Leonskaja vooral als een werk van inzicht. Haar spel was transparant, soms bijna streng, ontdaan van elke nadruk of versiering. Articulatie en frasering dienden de muzikale lijn, die zich met vanzelfsprekende logica ontvouwde. Hier klonk een helderheid die geen eenvoud suggereerde, maar concentratie.

Juist door die terughoudendheid kreeg deze sonate bij Leonskaja een bijzondere zeggingskracht. Vorm werd geen beperking, maar een vorm van vrijheid; virtuositeit geen doel, maar een vanzelfsprekend gevolg van structuur. Dit was geen Mozart van elegantie als stijlmiddel, maar van innerlijke helderheid. Hier klonk muziek die niet overtuigde, maar begreep, alsof de componist in zijn laatste sonate terugkijkt en tegelijk vooruitwijst.

Binnen het programma leek Mozart na Schönberg misschien een breuk, maar zo klonk het niet. In Leonskaja’s lezing ontvouwde de sonate zich als een moment van ordening, een moment waarin de schoonheid van het leven zich liet voelen in vele kleurschakeringen, nu dansend, dan weer bedachtzaam.

De waarde van aandacht

Dit recital was geen demonstratie, geen retrospectief, geen afscheid. Het was een bevestiging van Elisabeth Leonskaja’s unieke plaats in het muzikale landschap. Zij speelt niet om te imponeren, maar om ruimte te maken – voor muziek die zich pas openbaart wanneer men bereid is te luisteren. Na het concert beloonde Leonskaja het uitzinnig applaus met twee bisnummers: een Schubert-impromptu en een Chopin-nocturne. Beide waren weldadig, intiem en puur, en vormden een serene afronding van een intens en zorgvuldig opgebouwd programma. In een tijd waarin snelheid en publieke profilering vaak de norm zijn, herinnerde Leonskaja eraan dat intensiteit ook kan ontstaan uit terughoudendheid. Haar spel toonde dat muziek niet altijd vooruit hoeft, maar soms simpelweg dieper. Misschien ligt haar grootste radicaliteit juist daarin: niets toevoegen, niets wegnemen, enkel laten klinken wat het wezen van de muziek omvat.

 

Partager cet article

Commentaires

Aucun commentaire pour l’instant. Soyez le premier à réagir.

Laisser un commentaire

Les commentaires sont relus avant leur publication.

FR