Naar de inhoud
Recensie

Dmytro Choni in Flagey: vier hoofdstukken van geconcentreerde aandacht

W
· 6 min lezen
Deel dit artikel
Dmytro Choni in Flagey: vier hoofdstukken van geconcentreerde aandacht
© Andrej Grilc

Op zaterdag 14 februari presenteerde Dmytro Choni een recital in Flagey dat zijn kracht niet haalde uit contrast of chronologie, maar uit aandacht. Elk muzikaal universum behield zijn eigen zwaartepunt – Debussy’s vluchtige tijdservaring, Brahms’ introspectieve concentratie, Mendelssohns vormvaste helderheid en Lysenko’s reflectieve diepte – en toch ontstond een geheel dat subtiel, doordacht en opmerkelijk vloeiend was. Het programma liet zich beluisteren als vier hoofdstukken van één verhaal, en in de sfeervolle Studio 1 ontstond een bijna huiskamerachtige intimiteit, die het gevoel van nabijheid en betrokkenheid bij elk detail versterkte.

Dat een jonge pianist zo’n dramaturgie weet te dragen, zegt veel – niet alleen over technische beheersing, maar vooral over muzikaal denken. Choni speelde niet vanuit de behoefte zich te profileren, maar vanuit een uitgesproken vertrouwen in de eigen logica van elk werk. Zijn interpretaties klonken helder, consequent en stilistisch scherp, maar bleven open. Ze lieten ruimte: voor de klank die zichzelf mocht zijn, voor de luisteraar, en voor betekenis die nooit helemaal vastligt.

Hoofdstuk 1: Waar tijd adem krijgt

De gekozen Préludes van Claude Debussy (1862-1918) vormden het dragende fundament van de avond. Niet als evocatie van sfeer, maar als verfijnde oefening in tijd: muziek die niet vooruit wil, maar zich laat bewonen.

Des pas sur la neige opende met een vertraagde beweging die niets suggereerde behalve duur. Stappen zonder richting, herhaling zonder doel, maar met een opmerkelijke innerlijke spanning. Choni benaderde het stuk niet als melancholische metafoor, maar als pure luisterervaring: klank die blijft bestaan zolang men bereid is aanwezig te zijn. Pas daarna volgde Les collines d’Anacapri, licht en beweeglijk, zorgvuldig ontdaan van elke anekdotiek. Ritme werd hier geen motor, maar een vorm van helder denken in beweging.

In Ondine hield Choni het water bewust ondoorzichtig; de virtuositeit werd niet ingezet om te verleiden, maar om afstand te creëren. Feux d’artifice flitste met precisie, zonder de behoefte aan een triomferende ontlading: energie die zichzelf beheerst. La fille aux cheveux de lin klonk sober en zuiver, bijna objectief, alsof elke neiging tot sentiment eerst werd getoetst. En Ce qu’a vu le vent d’Ouest werd geen stormbeeld, maar een gecontroleerde ontregeling: kracht zonder heroïek, beweging zonder pathos, helder in zijn onrust.

Debussy werd hier niet gelezen als impressionist, maar als componist die tijd ordent en opent. Muziek niet als anekdotische afbeelding, maar als gebeuren.

Hoofdstuk 2: Helderheid zonder afronding

Na Debussy’s subtiele oefening in tijd betrad Choni het domein van de late Johannes Brahms (1833-1897), waar concentratie en introspectie de toon zetten. Met de Vier Klavierstücke op. 119 speelde hij muziek die niets meer wil toevoegen, maar elk detail zorgvuldig weegt, een innerlijk gesprek in klank en tijd. Choni benaderde de stukken niet als expressieve miniaturen, maar als reflecties op zichzelf, diep doorleefd en beheerst.

Het eerste Intermezzo klonk ernstig, ingetogen, zonder zwaarte – alsof spreken zelf een voorzichtige handeling is geworden. In het tweede Intermezzo werd de innerlijke agitatie voortdurend teruggenomen; spanning vond rust in beheersing, beweging in stilte. Het derde Intermezzo glimlachte subtiel, zonder lichtzinnigheid: een moment van kalmte dat zijn eigen waarde kende en zich niet hoefde te etaleren.

De afsluitende Rapsodie was geen uitbarsting, maar een besluit dat helder en zeker klonk, zonder triomf of retoriek. Choni liet hier horen wat laat Brahms-werk zo bijzonder maakt: niet afronden, maar openhouden. Hier klonk muziek die ademruimte biedt, inzicht en helderheid geeft, en tegelijk getuigt van Choni’s opmerkelijke maturiteit, fijnzinnigheid en diep begrip van het late repertoire.

Hoofdstuk 3: De waarde van het kleine

Van Brahms’ introspectieve reflectie leidde Choni de luisteraar naar Felix Mendelssohn (1809-1847), waar precisie en elegantie in elk klein gebaar voelbaar werden. In de selectie uit de Lieder ohne Worte kreeg Mendelssohn zijn volle gewicht. Elk stuk straalde geconcentreerde muzikaliteit uit, zorgvuldig opgebouwd en doordacht, als afgeronde gedachten die hun eigen schoonheid ontvouwen.

Het Andante espressivo sprak zacht en bedachtzaam, het Frühlingslied ontwaakte met frisse elegantie. Presto agitato hield spanning vast met opgewekte intensiteit, het Allegro leggiero bleef lichtvoetig, maar trefzeker. In het Venetianisches Gondellied wiegde de beweging soepel en charmant, en het afsluitende Allegro vivace klonk helder en sprankelend, vol precisie en levendigheid.

Choni liet Mendelssohn hier schitteren als componist van vorm, balans en innerlijke energie. Zijn spel gaf de muziek adem en ruimte, en toonde tegelijk de concentratie en fijnzinnigheid die deze kleine meesterwerken zo overtuigend maken.

Hoofdstuk 4: Muziek als geheugen

Bij Lysenko vond Choni muziek die herinnering en beweging verenigt. Voor ondergetekende was de rapsodie van Mykola Lysenko (1842-1912) een revelatie: een indringende muziek die uitnodigt om meer van deze componist te beluisteren. Dumka en Shumka verschenen niet als contrasten, maar als twee toestanden binnen één geheugen: verstilling en beweging, ademend en doorleefd.

Choni speelde deze muziek uit zijn Oekraïense Heimat met voelbare betrokkenheid, maar zonder pathos. Geen folklore, geen verklaring, geen uitgesproken statement. De melancholie bleef ingetogen, de dans beheerst, en toch klonk er een subtiele energie. Wat bleef, was een delicate spanning: tussen vasthouden en loslaten, tussen herhalen en voortgaan – een muziek die spreekt van herinnering, niet van identiteit, en die tegelijk leven en tijd aanwezig laat.

Epiloog: Muziek als ruimte

Dit recital was uitmuntend omdat het niets wilde bewijzen. Het was helder in zijn opzet, rijk in implicaties en consistent in houding. Dmytro Choni liet zien dat maturiteit niet schuilt in leeftijd of bravoure, maar in keuze: wat men speelt, hoe men het plaatst, en vooral wat men weglaat.

Hier werd muziek geen object van bewondering, maar een ruimte van geconcentreerde aandacht en actieve aanwezigheid. Het stelde geen vragen hardop en gaf geen antwoorden opdringerig, maar creëerde een intieme sfeer waarin klank kon ademen, ideeën konden rijpen en muziek zichzelf kon laten zijn.

In een concertcultuur die vaak mikt op effect en bevestiging, koos Choni voor terughoudendheid, subtiliteit en precisie. Dat was geen gemakkelijke weg, maar een noodzakelijke. Want hier werd muziek opnieuw wat zij kon zijn: geen bezit, geen conclusie, maar een open ruimte waarin klank kon ademen, ideeën konden resoneren en de luisteraar volledig kon opgaan in het moment.

Deel dit artikel

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.

Laat een reactie achter

Reacties worden nagelezen voor ze verschijnen.

NL